Home Wat Hoe 10 Tips Boekwinkel
 
Tien tips bij het schrijven

  • 1. Schrijf je eigen verhaal! +

    Trek je tijdens het schrijven niets aan van wat volwassenen, vrienden en vriendinnen vinden dat je moet schrijven. Jij hebt je eigen verhaal in je hoofd, en dat moet eruit. Schrijf het helemaal op zoals jij dat wilt. Je kunt er later altijd nog van alles aan doen.

  • 2. Klopt alles? +

    Hou tussendoor wel in de gaten of alles klopt. Als je bijvoorbeeld je hoofdpersoon eerst Dennis noemt, en later in het boek Dirk, wordt je verhaal onbegrijpelijk. In heel veel verhalen zien we dat de volgorde in de tijd niet klopt. Je schrijft bijvoorbeeld dat de hoofdpersoon gisteren een dief te pakken heeft genomen en laat hem vandaag naar die dief op zoek gaan. Kijk uit dat je niet in die val trapt, want je kunt er tijdens het schrijven door op een zijspoor belanden. Je moet dan weer helemaal opnieuw beginnen om het verhaal te laten kloppen.

  • 3. Tegenwoordige of verleden tijd +

    Haal de tegenwoordige en de verleden tijd niet door elkaar. Als je bijvoorbeeld in de tegenwoordige tijd schrijft, moet je dat je hele verhaal volhouden.

  • 4. Zit je nog op het juiste spoor? +

    Hou de lijn in je verhaal in de gaten. Het heeft een begin, een midden en een eind. Probeer die lijn al van te voren te bedenken. Lees zo nu en dan eens alles terug wat je al hebt geschreven. Zit je nog steeds op het juiste spoor?

  • 5. Hoe loopt je verhaal af? +

    Heeft je verhaal een logisch eind? Het is voor je lezers belangrijk dat het boek ook echt een afloop heeft. Denk ook daar van te voren goed over na. Het kan best zijn dat je helemaal aan het eind van het schrijven toch een nieuwe afloop verzint. Zolang alles blijft kloppen, is dat niet erg. Jij bent de schrijver, en jij bepaalt wat je schrijft.

  • 6. Gebruik niet te veel personages +

    Hou het aantal personen dat je in je verhaal gebruikt, beperkt. Zorg ervoor dat je lezers het allemaal kunnen blijven volgen.

  • 7. Plaatjes +

    Maak van je geschreven verhaal geen stripboek. Wil je bijvoorbeeld tekeningen bij je verhaal, verdeel die dan logisch over het geheel. Een goede vuistregel is: maximaal 1 tekening per 10 pagina’s tekst. Gebruik tekeningen niet als vulling om je boek dikker te maken. Dat leest niet prettig. En de kans dat de tekeningen spannend blijven, is ook niet zo groot. Wil je echt een stripboek, dan kan dat natuurlijk.

  • 8. Laat je verhaal controleren +

    Heb je je verhaal af? Wow! Je hebt een boek geschreven! Nu komt een lastig onderdeel. Het is belangrijk dat nu eerst een ander je verhaal leest. Dat moet iemand zijn die je vertrouwt. Je vader en je moeder bijvoorbeeld. Of de juf, of de meester, of een leraar. En ben je wat ouder, dan doe je er verstandig aan je verhaal te laten lezen door een vriend of een vriendin. Waarom is dit belangrijk? Iedere schrijver wordt als het ware blind voor dingen die niet kloppen in het verhaal. Je hebt het al zo vaak gelezen, dat je automatisch over fouten heen leest. Een ander ziet die wel. Je hebt dus iemand nodig die je verhaal kritisch doorleest. Als er iets niet klopt, ben je er op deze manier tijdig bij. Je wilt zelf vast ook dat dat wordt opgemerkt voordat iedereen straks je boek kan lezen. Het is niet leuk als de mensen je dan op de fouten in je boek gaan wijzen.

  • 9. Taalfouten eruit? +

    Zorg dat alle taalfouten eruit zijn! Je bent de schrijver van een boek, en dat boek ga je presenteren. Taalfouten horen niet thuis in een echt boek!

  • 10 Laat je lezer een beetje nadenken +

    Tot slot een uitdaging. Ben je wat ouder (vanaf 13), probeer dan soms eens een betekenis te geven aan wat je schrijft. Het verhaal krijgt dan een extra bedoeling. Wie het leest, moet er dan wat meer bij nadenken. Een voorbeeld: “Sharon keek met betraande ogen door het raam naar het vliegtuig hoog in de lucht. De condensstreep was niet zo heel lang. Die loste achteraan net zo snel op als het vliegtuig vloog.” Eigenlijk is dit iets heel gewoons. Maar in je verhaal heeft Sharon net haar beste vriendin verloren. Na een tijdje doet ze erg haar best om niet de hele dag op haar bed te liggen huilen. Nu krijgt zo’n zin ineens een extra betekenis. Die condensstreep staat voor het verdriet van Sharon. Het is al kleiner en verdwijnt snel. Je kunt nog wel meer betekenissen in zo'n zin lezen. Bedenk niet te veel van dit soort symbolen. En maak ze ook niet onnodig moeilijk. Maar probeer het wel. Je boek krijgt er een diepere betekenis mee.




  Home